Kinderen verschillen in karakter, achtergrond, intelligentie, motivatie, werkhouding, werktempo, e.d. Het is een belangrijke taak van de school om het onderwijs af te stemmen op die verschillen. Op De Ark worden onderwijs en begeleiding afgestemd op de behoefte van het kind. Dit uitgangspunt vinden we nadrukkelijk terug in de zorgstructuur en het begeleid zelfstandig leren.

Zorgstructuur

Integrale leerlingenzorg:
We stemmen ons onderwijs af op de onderwijsbehoefte van de kinderen. Vanuit het principe Opbrengstgericht en Passend Onderwijzen en de 4 D’s (data, duiden, doelen, doen) geven we dit vorm.

  1. Data: we bekijken de data van de opbrengsten eerst op schoolniveau en dan op groepsniveau.
  2. Duiden: wat zeggen de resultaten ons en waar komen deze resultaten vandaan?
  3. Doelen: we schrijven met elkaar eerst op schoolniveau onderwijsplannen voor de vakgebieden begrijpend lezen, rekenen, technisch lezen en spelling. We kijken naar onze schoolambitiestandaarden en naar de schoolpopulatie. Vervolgens leggen we de vertaalslag naar de dagelijkse klassenpraktijk. Wat vraagt dit dus van ons onderwijsaanbod? Vervolgens wordt er bekeken welke groepen er niet passen binnen de schoolaanpak. Die krijgen een bijpassende groepsaanpak.
  4. Doen: uitvoeren van de onderwijsplannen.

In de groepen volgen we de ontwikkeling van elk kind op een systematische manier. Voor elke leerling brengen we de onderwijsbehoeften in kaart: wat heeft het kind nodig om zich verder te ontwikkelen? Hierbij kijken we vanuit een breed perspectief en niet alleen naar de bovenste vier centimeter, want een kind is meer dan dat. We kijken naar het gedrag, de sociaal emotionele ontwikkeling, de werkhouding en de cognitieve mogelijkheden van het kind.

Daarnaast nemen we op vaste momenten toetsen af. Deze combinatie van observatie en toetsing geeft ons een betrouwbaar beeld van hoe een kind het doet. Voor de toetsing maken we gebruik van toetsen die bij de lesmethodes horen. Na ieder onderdeel bekijkt de leerkracht of de kinderen voldoende van de aangeboden leerstof begrepen hebben. Zo ja, dan spreken we van leerstofbeheersing. Zo niet, dan wordt extra hulp en oefening geboden.

Naast de methodegebonden toetsen maken we gebruik van het CITO-leerlingvolgsysteem, welke methode onafhankelijke toetsen heeft om te kijken waar leerlingen staan en of ze voldoende vaardigheidsgroei laten zien. Met dit systeem meten we op vaste momenten in het schooljaar (februari en juni) hoe de ontwikkeling van de kinderen verloopt. Op deze manier krijgen de leerkrachten en daarmee de school periodiek een krachtig signaal: zitten we met de kinderen op het goede spoor? Kunnen we tevreden zijn of moeten we ons onderwijsaanbod passend maken?

Precieze observatie geeft een juist beeld van de ontwikkeling van een kind en geeft ook de mogelijkheid om te zien hoe onze leerlingen het doen in vergelijking met leerlingen op andere scholen in Nederland.

Zorg aan de onderkant

Op De Ark besteden we veel tijd aan extra hulp voor kinderen die op de een of andere manier moeite met leren hebben. De kinderen krijgen extra instructie en begeleiding afgestemd op hun specifieke onderwijsbehoeften. Zij worden bijna dagelijks extra geholpen door de groepsleerkracht in de klas.

Zorg aan de bovenkant

De slimme kinderen op de Ark werken – net als alle andere kinderen – volgens een dag- of weektaak binnen het kader van Begeleid Zelfstandig Leren aan hun eigen programma met uitdagende leermaterialen. Ze werken met eigen doelen afgestemd op hun onderwijsbehoeften. Dit werk zit gebundeld in de ‘blauwe map’, de knappe koppen map. Elke vrijdag wordt het proces met deze leerlingen geëvalueerd.