We zijn een Christelijke school.
Het Christelijk onderwijs ziet u onder andere terug komen in:

– Het gebed aan het begin en einde van een schooldag;
– De kleutergroepen luisteren 2x per week naar een verhaal uit de Kinderbijbel;
– De groepen 3-8 werken met Kind op Maandag; 
– We zingen Christelijke liederen;
– We vieren de Christelijke feestdagen.

De beleving ligt bij ouders en kinderen. We gaan vooral in gesprek met de kinderen en de vraag die daarbij steeds centraal staat is: ‘Wat kunnen we hier van leren?’


Wanneer ben je een held? Over welke eigenschappen moet je beschikken, wat moet je doen en wat moet je zeggen?
In de periode tot de herfstvakantie lezen we verhalen over Mozes. Hij is in zekere zin ‘de held van Israël’. Hij gaat naar de farao om te zeggen dat hij zijn slaven moet laten gaan en leidt het volk door de woestijn naar het beloofde land. Maar wat voor held is hij? Om te beginnen is hij een held die eerst zelf gered moet worden. Zijn moeder legt hem in een mandje tussen het riet, waar de dochter van de farao hem vindt. Hij is een held die moet vluchten omdat hij iets stoms doet. Een held die niet durft, als God hem vraagt om naar de farao te gaan. Een held die twijfelt aan zichzelf en God steeds weer om hulp vraagt. Daarmee laat hij zien hoe je in Gods ogen held kunt zijn: door kwetsbaar en afhankelijk te durven zijn, en door je verbonden te voelen met andere mensen en met God.

Kinderen kunnen vandaag ook een held zijn. Niet door alles perfect te doen en nooit fouten te maken, niet door het gevoel te hebben dat ze alles kunnen. Maar wel door te weten dat ze gewaardeerd en gedragen worden. Dat je best eens aan jezelf mag twijfelen, en dat je dan toch mag proberen – want van je fouten leer je het meest.
Als wij kinderen als ‘helden’ zien, hoeven we niet te zeggen dat alles wat ze doen geweldig is. (Zulke helden kent de bijbel ook, maar daar loopt het meestal minder goed mee af.) Misschien kunnen de verhalen van deze periode een oproep zijn om kinderen ook te zien in hun geploeter en hun kleine mislukkingen. Mozes en de Israëlieten waren ook niet meteen in het beloofde land, daar deden ze veertig jaar over. Soms helpt het als we kinderen even bij de hand nemen en naast ze gaan staan, zoals Aäron dat deed bij Mozes. Dan kunnen ze weer verder op de weg van de ware held.


In de periode van de herfstvakantie tot aan Advent lezen we bijbelverhalen over het volk Israël op weg naar het beloofde land. Als ze vlakbij dat land zijn, gaan een paar verkenners kijken hoe het eruit ziet. Ze komen terug met verhalen over een prachtig land, maar ook over grote, sterke mensen die daar al wonen. Is er voor de Israëlieten wel plaats? Ook lezen we verhalen over de periode die daarna komt, van de Rechters. Er is geen koning in het land, niemand die voor mensen zorgt zoals God dat wil. Daarom wordt het een puinhoop in het land en geldt het recht van de sterkste. In die situatie wordt Simson geboren, de sterke held met zijn lange haren. Een prachtig verhaal om te vertellen, maar ook een verhaal dat vragen oproept. Wordt de wereld mooier en fijner als je je kracht gebruikt? Of wordt het daar alleen maar erger van?

Het thema van deze weken is ‘balans’. Kinderen weten dat balanceren niet altijd makkelijk is. In je eentje niet, maar met zijn tweeën balanceren is nog veel lastiger! Probeer maar eens met zijn tweeën over een evenwichtsbalk te lopen… Het volk Israël moest in het beloofde land zoeken naar balans in het samenleven met andere volken. Die balans vind je niet door het recht van de sterkste te laten gelden, zo ontdekken we in de verhalen van Simson. Ook kinderen op school moeten steeds weer zoeken naar balans. Is er voor iedereen in de klas ruimte om zichzelf te zijn, zonder dat je daarbij anderen in de weg zit? Dat blijft steeds weer een zoektocht. Misschien kunnen de verhalen van deze periode helpen om over die zoektocht na te denken.

We hopen dat de verhalen tot leven komen in de klassen, en dat de kinderen uitgenodigd worden om zelf te ontdekken wat deze verhalen hen te zeggen hebben!